
De olijfboom Olea europaea behoort tot de olijffamilie Oleaceae. De soort Olea telt ongeveer 30 soorten met een groot spreidingsgebied rondom de Middellandse Zee.
Door alle tijden heen wordt de boom hoofdzakelijk geteeld voor de vrucht, de olijf. Deze vrucht wordt gegeten maar nog veel vaker gebruikt om olijfolie uit te winnen.
Olijven en olijfolie zijn goed te conserveren en bevatten veel voedzame stoffen.
Olijfolie werd in vroeger tijden o.a. gebruikt voor het balsemen, als lampenolie, voor zalving en als geurbalsem.
Door de handel en de trek van volken werd de olijfboom ook in westelijke richting langs het Middellands Zee gebied verspreid in zowel Europa als Afrika.
Herkomst olijfboom
De boom komt waarschijnlijk uit de gebieden rond het oostelijk deel van de Middellandse Zee, zoals Syrië en Klein-Azië. Al duizenden jaren wordt de boom in de literatuur van landen rond de Middellandse Zee genoemd, zoals in Griekse mythologie en Tenach.
Ook tegenwoordig is de boom in de landen rond de Middellandse Zee nog zeer belangrijk, maar vindt men de boom ook in heel andere delen van de wereld, zoals Florida, Australië en China.
Door onderling kruisen bestaan er vandaag de dag meer dan 80 soorten olijfbomen. De boom waaruit in de loop der eeuwen onze eetbare olijven zijn ontstaan is eigenlijk een ondersoort, namelijk Olea europaea ssp. sylvestris.
De boom groeit aanvankelijk relatief langzaam, heeft een dikke stam en lange wortels. Vanwege de groei van de wortels, moet er telkens een minimale afstand tussen de bomen worden aangehouden bij het beplanten. Pas na 5 jaar begint de boom vruchten te dragen. Olijfbomen kunnen vele honderden jaren oud worden. Oude olijfbomen zijn bijzonder waardevol.
Mythologie
Volgens de Griekse mythologie schonk Pallas Athene in haar wijsheid een olijfboom aan de stad Athene.
Nog steeds staat er daarom een olijfboom op de Akropolis.