Voor de meeste West-Europeanen is olijfolie gewoon een olie om in te bakken, dat is niet het geval voor de Grieken.
In vroeger tijden werd het niet alleen gebruikt in de keuken maar ook als brandstof voor olielampen en als basis voor aromatische oliën, zeep en crèmes. Tegenwoordig is olijfolie nog zeker zo belangrijk voor de Grieken. Ze gebruiken tussen de 18 en 30 liter per persoon.
Het is de basis voor sauzen in de keuken. De gerechten doen voor ons ‘westerlingen’ erg vet aan. De herkomst van de in olie zwemmende gerechten stamt uit de tijd dat de Grieken lichamelijk zeer zware arbeid moesten verrichten; ze hadden deze, zeer gezonde, brandstof nodig.

Onderzoeken hebben aangetoond dat het Griekse dieet weinig verzadigde vetten bevat. Extra vergine olijfolie is rijk aan enkelvoudig onverzadigde vetten. Het Griekse dieet: rijk aan granen, fruit en groentes met een matig gebruik van vis, vlees en wijn, zou het helpen tegen hart- en vaatziektes en zou het zelfs kanker kunnen voorkomen. Het hele dieet zorgde voor deze voordelen, maar enkelvoudig onverzadigde vetten(voornamelijk uit extra vergine olijfolie) spelen hierbij een belangrijke rol.
Het ideale klimaat van Griekenland, met name Messinia draagt bij aan de superioriteit van de Griekse olijfolie: het heeft een rijke en fruitige smaak, een zeer krachtig aroma en een gedistingeerde groene kleur.
De verzengende zonneschijn in Griekenland zorgt voor een overvloed aan anthocyanen, flavonoïden en fenol; natuurlijke ingrediënten van de olijf die hiermee oxidatie tegen gaat die door het ultraviolet licht van de zon veroorzaakt wordt.